|



| |
Boedapest is de hoofdstad van
Hongarije aan de Donau, bestaande uit de delen Boeda, Pest en Obuda; 1.900.000
inw. (1997). Vlak ten zuiden van Budapest ligt de luchthaven Budapest Ferihegy.
Ligging en stadsbeeld
Boedapest in het noorden van het land, op de grens van het bergland in het
noorden en de laagvlakte in het zuiden. De afstanden naar de oostgrens en de
westgrens van het land zijn ongeveer even groot. Boedapest bestaat uit twee
delen, Boeda (172 km˛) op de rechteroever en Pest (352 km˛) op de linkeroever
van de Donau. Er heerst een gematigd landklimaat, met een gemiddelde
jaartemperatuur van 11°C. De gemiddelde julitemperatuur is 22°C en in januari is
het gemiddeld 0,8°C. Er valt 600 mm neerslag per jaar.
Ongeveer twee derde deel van de stad ligt op de linkeroever, in Pest. Hier daalt
het land terrasvormig af naar de Donau, terwijl de andere oever, waar Boeda
ligt, veel steiler is. De Gellértberg (235 m hoog), met de citadel, het
voormalig koninklijk paleis en de heuvel met de St.-Mátyáskerk (13e eeuw)
beheersen het stadsbeeld op de rechteroever.
Langs de linkeroever valt allereerst de brede neogotische gevel van het
parlementsgebouw op, dat tussen 1884 en 1905 werd gebouwd door Imre Steindl
(1839-1902). Ook de St.-Istvánkerk (uit de 19e eeuw, met een 96 meter hoge
koepel) en het Atilla József district, een moderne buitenwijk van de stad,
bevinden zich hier; in het noorden van het stadsdeel Pest ligt het Weststation,
het grootste spoorwegstation van de stad. Van hieruit vertrekken treinen naar
alle delen van het land. In het oosten van het stadsgebied ligt de luchthaven
Ferihegy. Boedapest heeft reeds sinds 1896 een ondergrondse spoorweg, de oudste
metro van het vasteland van Europa. Het lijnennet wordt nog voortdurend
uitgebreid. Interessant is ook het grote stadspark in Pest, met in een grote
vijver, op een eiland, het zgn. Vajdahunyad kasteel, dat dienst doet als museum
voor de landbouw.
In het stadspark vindt men verder de dierentuin, het
stadscircus en een zwembad, het Széchenyi bad, waar het geneeskrachtige water
een temperatuur van 74°C heeft.
De oevers van de rivier zijn door zes verkeersbruggen en twee spoorbruggen met
elkaar verbonden. Midden in de rivier ligt het Margareten Eiland, een van de
mooiste parken van de stad. Het heeft een lengte van bijna 3 km en heeft
verschillende sportvelden, zwembaden en openluchttheaters. Veel geld is in
Boedapest besteed aan het behoud van kunstwerken uit het verleden. De gebouwen
en monumenten die in WO II en de opstand van 1956 verwoest of beschadigd werden,
zijn voor zover mogelijk weer in de oude stijl gerestaureerd.
Economie
Boedapest is de belangrijkste industriestad van Hongarije. De industrie heeft
zich voornamelijk aan de randen van de stad gevestigd. In het noorden van Boeda,
in O-Boeda, vindt men scheepswerven en textielfabrieken. Aan de overkant van de
rivier, aan de noordrand van Pest, komt veel chemische industrie voor en staan
grote machinefabrieken, waar o.a. autobussen worden vervaardigd. Het district
Ujpest is een belangrijk centrum van hout- en leerindustrie. Zuidelijk van de
stad, op het eiland Csepel, heeft zich een groot deel van de zware industrie van
Hongarije geconcentreerd.
Boedapest is ook van groot belang voor de handel. Meer dan een derde deel van
alle handelstransacties in Hongarije wordt in de hoofdstad afgesloten. Er worden
tal van belangrijke tentoonstellingen gehouden. De stad heeft een goed
geoutilleerde rivierhaven en is een overlaadplaats voor de industriële en
agrarische producten van het land.
Onderwijs, cultuur en ontspanning
Tal van nationale wetenschappelijke en culturele instellingen hebben hun zetel
in de hoofdstad van het land. De Hongaarse Academie van Wetenschappen en
verscheidene researchinstituten zijn er gevestigd. De stad heeft een
universiteit, de Eötvös Lóránd Universiteit (gesticht in 1635, ca. 10.000
studenten) en enkele andere instellingen voor hoger onderwijs, waar twee derde
van de Hongaarse studenten wordt opgeleid. Naast twee operagebouwen telt de stad
vele theaters waaronder het Erkel Theater een vooraanstaande plaats inneemt. Er
zijn meer dan duizend sportaccommodaties, waaronder het grote Volksstadion, het
Kleine Stadion en het Nationale Zwembad.
Verder zijn er ruim 20 musea in de stad. In de Nationale Galerij worden de
werken van Hongaarse schilders uit de 19e en 20e eeuw tentoongesteld, terwijl
het Nationaal Museum een grote verzameling vondsten uit de prehistorie en de
Romeinse tijd herbergt. Het Hopp Férenc Museum is vooral bekend om zijn
verzameling Oost-Aziatische kunst.
Reeds in de Romeinse tijd was Boedapest befaamd om zijn geneeskrachtige bronnen.
Meer dan 100 warme bronnen geven water dat bij uitwendig of inwendig gebruik ten
goede komt aan de gezondheid. Het is vooral van belang bij de behandeling van
gewrichtsontsteking, spierpijn en nerveuze aandoeningen.
Geschiedenis
Omstreeks het jaar 100 vestigden de Romeinen zich op de plaats waar nu Boeda
ligt - het oudste deel van de stad - en stichtten er de vesting Aquincum. Tussen
1000 en 1200 gaven de Hongaren geleidelijk hun nomadenbestaan op en werd Boeda
de hoofdstad van het middeleeuwse Hongarije.
In 1541 kwam er een einde aan de welvaart van de stad, toen de Turken zowel
Boeda als Pest bezetten. Een periode van groot verval trad in. Hieraan kwam pas
een einde toen de Habsburgers onder prins Eugenius van Savoye in 1686 de Turken
verdreven en de steden bevrijdden. Onder de regering van Jozef II (1741-1790)
begon Pest Boeda te overvleugelen. In 1873 werden Boeda (aan de linkerkant van
de Donau) en Pest samengevoegd. Beide stadsdelen hebben hun eigen karakter.
Boeda is heuvelachtig en is met de vele villawijken wat deftiger, Pest heeft
brede, lange boulevards waar zich het culturele en uitgaansleven afspeelt. Toen
na de Eerste Wereldoorlog de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije ophield te
bestaan, werd de stad enige tijd de zetel van Béla Kun en zijn radenrepubliek.
Aan deze radenrepubliek kwam reeds in 1919 een einde, mede doordat Béla Kun in
Boedapest niet voldoende steun kreeg Hongarije.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog koos Hongarije, onder leiding van admiraal Horthy,
de zijde van de Duitsers. Het land werd op 19 maart 1944 door Duitse troepen
bezet. Tijdens de oorlog werd de stad zwaar gebombardeerd en eind 1944 door het
Russische leger ingesloten. In februari 1945 viel ze in Russische handen. Bijna
een derde van de huizen en gebouwen was toen verwoest en van de bruggen over de
Donau was er niet één meer heel. De Hongaren kregen een communistische regering
en Boedapest werd de hoofdstad van de Volksrepubliek Hongarije. Bij de
anti-communistische opstand van 1956, die bloedig werd neergeslagen, werden
opnieuw grote verwoestingen aangericht en het duurde tot 1960 voor een en ander
hersteld was.
Bezienswaardigheden
De trots van de voormalige koninklijke hoofdstad van Hongarije ligt op een
heuvel in Budapest: De Burcht van Buda.
Het Koninklijk paleis neemt het zuidelijk gedeelte van de burchtheuvel in
beslag. In de loop van de geschiedenis is deze burcht 2 keer verwoest geweest.
Tijdens de tweede wereldoorlog brandde het zelfs in z'n geheel uit. Na de
restauratie werden hier musea en de Nationale Bibliotheek gevestigd.
Het burchtkwartier is één van de meest romantische plekken in Boedapest om een
wandeling te maken. De kronkelende straatjes en de smalle gebouwen stammen uit
de middeleeuwen, de elegante paleizen in barokke- en pruikenstijl zijn uit de
tijd van de wederopbouw na de Turkse overheersing. Hier bevindt zich ook het
"Huis van de Hongaarse wijnen".
Dit gehele complex met zijn machtige koninklijke paleis, zijn smalle straatjes,
oude huizen en prachtige kerk staat als beschermd gebied op de monumentenlijst
van de UNESCO. Een belevenis: wandelen door de kleine straatjes, binnenkijken in
de schaduwrijke binnenplaatsen, rondlopen in de gotische Matthiaskerk of in het
onderaardse labyrint, winkelen in de kleine souvenirwinkeltjes, koffie drinken
met een stuk taart in het 200 jaar oude Ruszwurm koffiehuis of de fantastische
collectie van schilderijen, beeldhouwwerken in de machtige museumzalen in het
voormalige Koninklijke Paleis bezichtigen.
Boedapest wordt tot de mooiste hoofdsteden van Europa gerekend. Vanaf de
Burghtheuvel zie je de blauwe Donau door de stad slingeren. Van de bruggen die
beide stadsdelen verbinden, is de oude Széchenyi Kettingbrug, gebouwd in 1849,
de meest indrukwekkende.
Binnenplaats in Budapest
Het oude, autovrije centrum ligt in Boeda. Hier ligt ook de Burghtheuvel,
vanwaar je een prachtig uitzicht hebt op de Donau. Langs de rivier ligt het
Budavári Palota, het koninklijk paleis, waarin zich een aantal musea heeft
gevestigd, zoals het historisch museum en het nationaal museum van de schone
kunsten. Midden in Boeda ligt een steile rots, de Gellért heuvel, met een
prachtig uitzicht over de stad. Naast 18e en 19e eeuwse gebouwen in de oude stad
kun je ook een wandeling maken op de vestingwallen.
Pest
Aan de overkant van de rivier, in Pest, kun je ook het oude stadsdeel bezoeken,
met veel 19e eeuwse woningen. Hier staan mooie kerken, zoals de Sint Stefanus
Dom, de grootste kerk van Boedapest, die in 1905 werd voltooid. In dit stadsdeel
zijn ook de markthallen gevestigd, die begin 1900 zijn gebouwd. Eén van de
mooiste musea is het nationaal museum met onder andere de Hongaarse
kroonjuwelen. Andere bezienswaardigheden zijn het gezellige Vörörosmartyplein,
het parlementsgebouw en het volkenkundig museum.
De donau scheidt Buda van Pest
Op het Heldenplein heeft Koningin Beatrix een krans gelegd bij het graf van de
onbekende soldaat. Twee militairen houden daar steeds de wacht en het lijkt,
alsof ze een soort balletopleiding gevolgd hebben. De bewegingen die zij maken
om even de benen te strekken, zijn adembenemend gelijk.
Het plein is zo groot dat in de communistische tijd soms meer dan een half
miljoen mensen hier bijeen kwamen om verplicht hun steun te betuigen aan een of
andere communistische leider. In de buurt is ook een wel erg brede straat, waar
steeds de parades werden gehouden en daar moest je destijds als burger van
Boedapest ook voor komen opdraven. Nu hebben bussen vol toeristen uit heel
Europa hier een riante parkeerplaats.
Achter het Heldenplein is een groot park, waar je heerlijk kunt wandelen. Er is
ook een soort openluchtmuseum met voorbeelden van Hongaarse architectuur door de
eeuwen heen. Het ziet er nogal rommelig uit, omdat verschillende bouwstijlen met
elkaar zijn verbonden. Een replica van een kerkje uit de 13e eeuw dat nog steeds
ergens in het land staat, is de moeite waard om even te bekijken.
Boedapest telt maar liefst 160 koffiehuizen, waarbij 'New York' (genoemd naar
een Amerikaanse verzekeringsmaatschappij die eerst in het pand zat) een van de
oudste is. Aan de buitenkant wordt de zaak nu opgeknapt, maar binnen hangt de
sfeer als van de koffiehuizen in Wenen. De plafonds met veel bladgoud zijn
prachtig beschilderd, de pilaren zijn mooi gedraaid, de kroonluchters
overweldigend en de koffie is van de allerbeste kwaliteit.
Wie de Hongaarse hoofdstad bezoekt, moet beslist de kathedraal in het stadsdeel
Pest bezoeken. De koepel is maar liefst 96 meter hoog en zeker vijftig
verschillende soorten marmer zijn in de kerk verwerkt. In een aparte kapel is de
vuist van de rechterhand van koning Stephan te zien, die op 15 augustus 1038
overleed. Hij werd later heilig verklaard en zijn vuist wordt als relikwie elk
jaar op 20 augustus in een processie meegedragen. In het kapelletje is het nogal
donker en het gemummificeerde lichaamsdeel van de koning is helaas nauwelijks te
zien. Maar als je een paar muntjes in een automaat gooit, gaat er gelukkig een
lampje branden waardoor je alles wat beter kunt bekijken. Zo is deze kerk jammer
genoeg op de commerciële toer gegaan. |


| |







|